Twee onbekende tekeningen
van een Lierse stadspoort en een sluis

Onlangs kon het stadsbestuur van Lier twee tekeningen op een veiling aankopen. Ze stellen de Mechelse Binnenpoort en het Klein Spui te Lier voor.1 Deze twee tekeningen waren ons al bekend omdat ze in een publicatie voorkwamen, maar de bewaarplaats en eigenaar waren onbekend.2 Op de achterzijde van beide tekeningen vonden we een blauwe stempel met de tekst ‘J.-L. Van Belle’, wat ons vermoeden bevestigde dat de auteur van de hiervoor geciteerde publicatie ook de eigenaar was van beide tekeningen.

Jean-Louis Van Belle (1942) is doctor in de geschiedenis en specialist in steenambachten onder het Ancien Régime, in het bijzonder blauwe steen. Verder doet hij ook onderzoek op het gebied van de exploitatie van Waals marmer en hij is een specialist van steenmerken. Hij is de oprichter en voorzitter van het Centre International de Recherches Glyptographiques (CIRG) en auteur van talrijke publicaties, waaronder het 'Dictionnaire de signes lapidaires de Belgique et du nord de la France' en het 'Dictionnaire bibliographique des signes lapidaires de France’.3
Hij heeft er tevens ook zijn ‘specialiteit’ van gemaakt om archiefdocumenten te ontdekken die even zeldzaam als belangrijk zijn, die bij particulieren worden bewaard en daarom onbekend zijn bij onderzoekers. Zoals een zeldzaam, ongepubliceerd document over de deportatie van Belgische arbeiders naar Duitsland in 1916, namelijk een dagboek dat in het kamp Kassel werd geschreven door Léon Frérot, een inwoner van Biesme (Mettet).4
Tekening van de Mechelse Binnenpoort
‘Plan, profil et élévation de la vielle porte de Malines à Liere servant de magazin et d’arcenal’

De Mechelse Binnenpoort maakte deel uit van de eerste (binnenste) stadsomwalling, aangelegd in de 14de eeuw. We kunnen ze situeren op de kruising van Mechelsestraat, Kapucijnenvest, Kolveniersvest en Fl. Van Cauwenberghstraat. Om deze stadsomwalling te verwezenlijken had het Lierse stadsbestuur reeds in 1367 een strook grond aangekocht om een gegraven gracht, langsheen de huidige Kapucijnenvest, te kunnen aanleggen tussen de Mechelse Binnenpoort en de Gevangenenpoort (Eikelpoort). Archeologische opgravingen naar aanleiding van een ondergrondse parkeergarage brachten aan het licht dat er geen muur met torens werd gebouwd tussen beide poorten, maar eerder een aarden wal naast de gracht doet vermoeden.6

De Mechelse binnenpoort zelf werd gebouwd in 1368. De Gevangenenpoort werd in 1375 gerealiseerd. In 1383 werd de Mechelse Binnenpoort door muren en torens verbonden met de Antwerpse Binnenpoort.
Korte tijd later, in 1405, werd de Mechelse Buitenpoort met de tweede (buitenste) stadsomwalling gebouwd (de huidige stadsvesten). De oude eerste omwalling bleef bestaan, maar verloor zijn militaire en economische functies en werd steeds meer geïntegreerd in het stadsweefsel, om in de loop der eeuwen afgebroken te worden, met uitzondering van enkele gebouwen. Vandaag zijn van deze omwalling slechts de Gevangenenpoort en de Corneliustoren (Zimmertoren) bewaard gebleven.7
Zo bleek in 1731 en 1736 dat de Mechelse Binnenpoort reeds geruime tijd bouwvallig was en zelfs op instorten stond. Ten slotte gaf Karel van Lorreinen in 1765 de toestemming om de Lisper- en de Mechelse Binnenpoort af te breken. Hij gaf ook aan dat de afgebroken materialen hergebruikt moesten worden. De Lisperpoort werd afgebroken in 1777 en de Mechelsepoort (of de Mechelse Binnenpoort) in 1783.8
De clausule waarin de recuperatie van de bouwmaterialen werd bevolen, sterkt ons vermoeden dat de productie van deze tekening hierin een rol heeft gespeeld en laat ons toe ze te dateren. Dat zou dan tussen 1765 en 1783 moeten zijn. Wanneer we inzoomen op de getekende balken van de zoldering en vloeren zien we hierbij een aanduiding van de dikte van de balken. Ook de ronde pen-en-gatverbindingen zijn aangeduid. Deze inventarisatie zou erop kunnen wijzen dat de balken gerecupereerd zouden worden.
Wat het uitzicht van de Mechelse Binnenpoort betreft, kennen we naast deze tekening meerdere voorstellingen, de ene meer betrouwbaar dan de andere. De pentekening uit de tweede helft van de 17de eeuw, bewaard bij het Amsterdamse Rijksmuseum, komt het meest in de buurt van de hier besproken tekening. Alleen zien we hier ook de voorpoort en brug, die op onze tekening niet voorkomen. Achteraan zien we minstens nog een toren. Op andere voorstellingen, zoals op het schilderij van de inname van Lier door de Spanjaarden in 1595,9 bemerken we een kleiner gebouw met slechts twee torens. Op een gegraveerd stadsprofiel van Joannes Peeters uit 1659 zien we eveneens drie torens met centraal nog een spits torentje.10




Tekening van het Klein Spui
Plan et couppe de la petitte ecluse du rampar de Liere près du cloistre de Sion avec la dodane du fossé et les réparation qu’il y at à faire marquez de jaune.



Het Klein Spui was gelegen enkele honderden meters van het huidige Spui in de richting van de Leuvensepoort op de stadsvesten. De beide spuien werden ingezet om het peil van de binnenwateren van de stad te regelen. Het (Grote) Spui werd op de Kleine Nete gebouwd die de stad doorkruiste. Het Kleine Spui werd daarentegen gebouwd op de oude Netearm van de Grote Nete, die eveneens door de stad liep. Beide spuien moeten opgetrokken zijn in de periode 1508 tot 1516. Dit was nodig omdat in dezelfde periode de verbindingsvaart werd gegraven die beide Neten verbond en eveneens werd doorgetrokken in een boog om de stad heen langs de westzijde om dan aan te sluiten op de Nete voorbij de Molpoort.
De spuien hadden een functie in de waterbeheersing van de stad. Men kon het water opsparen en door de stad laten lopen, om de stad te ‘spuien’ (schoon te spoelen). Bij overstromingsgevaar kon men de sluis sluiten en werd het water in een boog rond de stad afgeleid. De functie van het Kleine Spui was vooral om de waterhuishouding te regelen van de oude loop van de Grote Nete, alsook van de Kerkhofmolenloop. Op elk van beide Netearmen draaide immers een watermolen. Op de oude Grote Netearm draaide de Volmolen, gebruikt voor het vollen van stoffen door middel van kloppende hamers op het textiel.11 Op de Kerkhofmolenloop draaide de Kerkhofmolen. Oorspronkelijk werd hij bij de bouw van de Sint-Gummaruskerk gebruikt om steen te zagen. Beide molens waren van het type onderslagmolen. De onderslagmolen is het oudste type watermolen. Het water duwt onderaan tegen het waterwiel waardoor het achteruit draait. De molen wordt toegepast bij waterlopen met een verval van ten hoogste 1 meter.
Op de tekening zien we het mechanisme dat de waterkering regelde. Bovenaan onder het dak is een kaapstander waarmee door middel van een dik touw of ketting rond een groot rad een schot kon worden opgehesen of neergelaten. De kaapstander werd bediend door meerdere personen en was bedoeld om met ‘weinig’ kracht het zware schot op te hijsen. De werking van het deurvormige schot is niet heel duidelijk, maar de kettingen bovenaan laten vermoeden dat het eveneens kon gehesen worden. Het mechanisme, van kaapstander met groot rad, is vandaag nog te bewonderen in het (Groot) Spui.
We kunnen enkel gissen waarom deze tekening werd gemaakt. Misschien ligt de verklaring in de vier schietgaten in de rechterbovenhoek van het gebouw. Het gebouw had mogelijk ook een militaire functie in de stadsverdediging, zoals het Groot Spui. In dit laatste gebouw heeft de naar buiten de stad gerichte gevel duidelijk een militaire functie vanwege de vele schiergaten en is volledig in een harde natuursteen uitgevoerd in tegenstelling tot de naar de stad gerichte gevel in de zachtere baksteen.
We vermoeden dat beide tekeningen van dezelfde hand zijn. Het handschrift laat dit sterk vermoeden. De wijze waarop het woord ‘Plan’ geschreven staat, is op beide tekeningen nagenoeg hetzelfde. Beide gebouwen hadden een militaire functie in de stad. Vermoedelijk zijn deze tekeningen vervaardigd door militaire ingenieurs om de Lierse militaire gebouwen in kaart te brengen. Aan de hand van deze tekeningen heeft de militaire overheid in Brussel hoogstwaarschijnlijk beslist om de Mechelse Binnenpoort af te breken en het Klein Spui te behouden. Het oudste kadasterplan van 1843 bewijst dit, het Klein Spui staat er nog steeds opgetekend.12
- Veilingen Van de Wiele, Brugge: maart 2024, nr. 745.
- VAN BELLE 1989, p. 63-65.
- Voor lijst publicaties, zie: https://fr.wikipedia.org/wiki/Jean-Louis_Van_Belle_(historien)
- VAN BELLE 2013.
- CHURCHILL 1935.
- BRUGGEMAN, VAN CELST en REYNS 2012, p. 34; MEES 2014, p. 123.
- BRUGGEMAN, VAN CELST en REYNS 2012, p. 13-15.
- AL, Stedelijke aktboeken 1739-1769: f° 119 en 199v° en f° 210v°-211v°. BOSCHMANS 1955, p. 160.
- Museum voor Oude Kunst, Brussel, inv. nr. 1311.
- Deze gravure is verschenen in de door Gaspar Merian uitgegeven Topographia Germaniae Inferioris, Frankfurt am Main 1659.
- Vollen is een bewerking van geweven wollen stof waardoor de kwaliteit sterk veranderde; het kromp van een vrij luchtig weefsel tot een compacte stevige stof. Deze wollen stof was een product van de lakenindustrie. De bedoeling van de bewerking was om de wolweefselstructuur te laten vervilten. Om dit te bereiken moest de stof urenlang, voor sommige kwaliteiten zelfs dagenlang, met kracht gestampt of gekneed worden. Hiertoe stonden in de begintijd mensen in een kuip en stampten met hun voeten op de natte geweven wollen stof, toentertijd het laken genoemd, ze heetten voetvolders. Vanaf de 15e eeuw werden de mensen vervangen door machines die met houten hamers het laken bewerkten, aangedreven door paarden of wind- en watermolens.
- VAN BELLE 1989, p. 63-65. Als gevolg van een ordonnantie van Jozef II (patentbrieven van 16/08/1782) mochten een aantal oude stadsversterkingen afgebroken worden.
BOSCHMANS 1955
BOSCHMANS M., ‘Stadsversterkingen en waterlopen te Lier. Stadswallen, poorten en torens,’ in: ‘t Land van Ryen, 5, 1955.
BRUGGEMAN, VAN CELST en REYNS 2012
BRUGGEMAN J., VAN CELST M. en REYNS N., Archeologisch vooronderzoek Lier-Florent Van Cauwenberghstraat (parkeergarage), Bornem, 2012.
CHURCHILL 1935
CHURCHILL W.A., Watermarks in paper, in Holland, England, France, etc. in the XII and XVIII centuries and their interconnection, Amsterdam, 1935, nr. 401.
MEES 2014
MEES M. (red.), Gedenkwaardige memorie van Lier. De oudste stadsbeschrijving van Lier uit 1614 door Richalt van Grasen, Lier, 2014, p. 123
VAN BELLE 1989
VAN BELLE J.-L., Plans Inédits de Places Fortifiéés. XVII-XVIIIe siècle, Louvain-la-Neuve, 1989.
VAN BELLE 2013
VAN BELLE J.-L., La déportation des ouvriers belges en Allemagne (1914-1918). D’après le journal de Léon Frérot (Biesme), Bruxelles, 2013.

